Voorlopig geen recht op thuiswerken

Date

Er komt voorlopig geen recht op thuiswerken voor werknemers. De Eerste Kamer verwierp op 26 september jl. de initiatiefwet ‘Wet werken waar je wilt’, die vorig jaar nog met een overtuigende meerderheid van 125 zetels door de Tweede Kamer was aangenomen. Experts, vakbonden en werkgeversorganisaties hadden daarom verwacht dat de initiatiefwet in de Eerste Kamer een hamerstuk zou worden. Het liep anders. Hoe zat het ook alweer met deze initiatiefwet en waarom heeft de Eerste Kamer daar nu een streep door gezet?

 

Wet werken waar je wilt

Het initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Van Weyenburg (D66) en Maatoug (GroenLinks) moest ervoor zorgen dat werknemers meer vrijheid zouden krijgen in hoe zij de balans tussen het werken op werklocatie en het werken thuis willen organiseren. Daartoe voorzag het wetsvoorstel in een wijziging van artikel 2 lid 5 van de Wet flexibel werken om mogelijk te maken dat een verzoek om aanpassing van de arbeidsplaats op eenzelfde manier zou worden behandeld als een verzoek om aanpassing van de werktijd of arbeidsduur, waardoor de werkgever dat verzoek alleen nog zou mogen afwijzen indien zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten. Op dit moment dient de werkgever het verzoek van de werknemer om aanpassing van de arbeidsplaats alleen te overwegen en moet hij overleg plegen met de werknemer indien hij het verzoek afwijst. De werknemer heeft daardoor geen (relatieve) zekerheid over een toewijzing van zijn verzoek. Het wetsvoorstel beoogde daar een einde aan te maken.

 

Kritiek

De Raad van State uitte in 2021 in zijn advies reeds kritiek op het wetsvoorstel. Volgens de Raad werken werknemers als gevolg van de coronacrisis meer thuis, maar bestaat over de structurele ontwikkeling van thuiswerken nog veel onduidelijkheid. Daarnaast heeft het wetsvoorstel als uitgangspunt dat het in beginsel aan de werknemer zelf is om te bepalen waar hij zijn werkzaamheden verricht. Volgens de Raad was het de vraag of dat uitgangspunt voldoende recht doet aan het feit dat het de primaire taak en verantwoordelijkheid van de werkgever is om de arbeid te organiseren. Verder lag het volgens de Raad in de rede dat in eerste instantie de sociale partners, bijvoorbeeld in het kader van de cao-onderhandelingen of in de Sociaal-Economische Raad, aan zet zijn om vanuit de praktijk te komen tot een goede balans tussen de arbeidsplaats van de werkgever en die thuis. De Raad was derhalve nog niet overtuigd van de noodzaak van het wetsvoorstel.

Deze kritiek van de Raad van State klonk de afgelopen weken door in de uitspraken van de VVD- en BBB-senatoren die tegen het wetsvoorstel stemden en daarmee het lot van de ‘Wet werken waar je wilt’ bezegelden. Beide fracties lieten weten het recht op thuiswerken niet nodig te vinden, hoofdzakelijk omdat er momenteel geen conflicten ontstaan tussen werknemer en werkgever die bij de rechter terechtkomen. BBB-senator Robert van Gasteren zei tijdens het debat drie weken geleden dat ‘geen wetten behoren te worden geïmplementeerd voor zaken die normaal in goed overleg worden geregeld, hoe sympathiek ook bedoeld’.

 

Teleurgestelde voorstanders

De vakbonden waren vanaf het begin groot voorstander van de wet en reageerden daarom teleurgesteld op de uitkomst van de stemming in de Eerste Kamer. Kitty de Jong, vicevoorzitter van vakbond FNV, zei tegen persbureau ANP dat het ‘torpederen’ van de wet door de senaat ‘cynisch, losgezongen van de realiteit en een gemiste kans’ is. D66-Kamerlid Van Weyenberg, één van de initiatiefnemers van het wetsvoorstel, noemde de uitslag ‘slecht nieuws voor werknemers die graag willen thuiswerken’.

 

Conclusie

Eén ding is zeker: de discussie over het recht op thuiswerken zal niet verstommen door het sneuvelen van de ‘Wet werken waar je wilt’ in de Eerste Kamer. Het lijkt waarschijnlijker dat die juist wordt aangewakkerd door de stemming in de Eerste Kamer en dat het onderwerp thuiswerken in de volgende kabinetsperiode wederom hoog op de politieke agenda zal staan. Wij houden u vanzelfsprekend op de hoogte van de ontwikkelingen.

 

Dit artikel is geschreven door Robbert-Jan Winters