Een vaststellingsovereenkomst wordt in de praktijk vrijwel altijd afgesloten met een bepaling over “finale kwijting”. Daarmee verklaren partijen dat zij, na uitvoering van de overeenkomst, niets meer van elkaar te vorderen hebben. Dit geeft duidelijkheid en beoogt een definitief einde te maken aan de relatie. Toch ontstaat in de praktijk regelmatig discussie over de reikwijdte van die finale kwijting. Kunnen partijen na ondertekening werkelijk niets meer van elkaar verlangen, of zijn er situaties denkbaar waarin alsnog een aanspraak kan worden gemaakt?
Wat betekent finale kwijting?
Met finale kwijting spreken partijen af dat alle onderlinge rechten en verplichtingen worden afgewikkeld. In vaststellingsovereenkomsten wordt dit vaak ruim geformuleerd, bijvoorbeeld als: “partijen verlenen elkaar finale kwijting ter zake van de arbeidsovereenkomst en de beëindiging daarvan”. Het uitgangspunt is dat een dergelijke bepaling bindend is. Partijen kiezen er bewust voor om een einde te maken aan eventuele onzekerheid over bestaande of toekomstige aanspraken.
Is finale kwijting altijd bindend?
Hoewel finale kwijting in beginsel bindend is, is deze niet absoluut. De vraag wat precies onder de kwijting valt, wordt in het Nederlandse recht beoordeeld aan de hand van de zogenoemde Haviltex-maatstaf. Daarbij komt het niet alleen aan op de tekst van de overeenkomst, maar ook op wat partijen over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. De context van de overeenkomst is daarmee van groot belang: de inhoud van de onderhandelingen, de kennis van partijen en de onderwerpen die al dan niet expliciet zijn besproken. Een ruime formulering leidt dus niet automatisch tot een onbeperkte reikwijdte.
De Hoge Raad bevestigde in HR 22 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:975 dat een finale kwijting beperkt moet worden uitgelegd: als een aanspraak niet in de onderhandelingen is besproken en niet in de overeenkomst is opgenomen, valt deze niet zonder meer onder de finale kwijting.
Toch laat de rechtspraak ook gevallen zien waarbij een ruim geformuleerde kwijting ver reikt.
Wanneer kan finale kwijting worden doorbroken?
Het doorbreken van finale kwijting is niet eenvoudig en zal slechts in uitzonderlijke gevallen slagen. Daarbij kan onder meer worden gedacht aan:
- Onbekende of niet-voorziene vorderingen; als een aanspraak niet expliciet is besproken tijdens de onderhandelingen, kan de wederpartij er in redelijkheid niet van uitgaan dat de andere partij die aanspraak heeft willen prijsgeven.
- Dwaling; waarbij een partij uitgaat van een onjuiste voorstelling van zaken. Een uitzondering geldt echter indien de oorzaak van de dwaling (in)direct te wijten is aan de wederpartij (HR 1 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY3129), of bij wederzijdse dwaling, zoals in het geval waarbij een werknemer bleek te lijden aan de ziekte van Parkinson ten tijde van ondertekening (Hof Amsterdam 30 juni 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1832).
- Fraude of verduistering; het Hof Amsterdam 8 mei 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1641 oordeelde dat een werknemer er niet op mocht vertrouwen dat de werkgever met het kwijtingsbeding afstand had gedaan van haar vorderingsrechten wegens door hem gepleegde fraude. Ook verduistering in dienstbetrekking kan een finale kwijting aantasten (Hof Arnhem-Leeuwarden 14 april 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:7327).
- Misbruik van omstandigheden; indien een partij weet of behoort te begrijpen dat de wederpartij door bijzondere omstandigheden, zoals afhankelijkheid, ziekte, psychische druk, noodsituatie of onervarenheid, wordt bewogen tot het aangaan van de vaststellingsovereenkomst. Indien die partij desondanks de ondertekening bevordert, terwijl zij de wederpartij daarvan had moeten weerhouden, kan een beroep op finale kwijting naar omstandigheden gegrond worden verklaard.
Wat betekent dit in de praktijk?
Finale kwijting biedt partijen belangrijke zekerheid, maar die zekerheid is niet onbeperkt. In de praktijk blijkt dat discussies vaak ontstaan wanneer niet expliciet is stilgestaan bij bepaalde onderwerpen. Zo kan een werknemer zich achteraf realiseren dat bepaalde aanspraken niet zijn meegenomen, terwijl een werkgever er juist vanuit ging dat de overeenkomst alle risico’s afdekt. In beide gevallen kan de vraag opkomen hoe ver de finale kwijting daadwerkelijk strekt. Een zorgvuldige formulering en bespreking van de overeenkomst is daarom essentieel: hoe concreter partijen vastleggen wat zij wel en niet regelen, hoe kleiner de kans op discussie achteraf.
Aandachtspunten bij het sluiten van een vaststellingsovereenkomst
Bij het opnemen van een bepaling over finale kwijting is het raadzaam om:
- expliciet te benoemen welke onderwerpen worden afgewikkeld;
- stil te staan bij mogelijke aanspraken, zoals bonus, vakantiedagen of andere vergoedingen;
- waar nodig uitzonderingen op te nemen voor specifieke of nog onzekere vorderingen.
Een algemene formulering volstaat niet altijd om volledige duidelijkheid te creëren.
Tot slot
Bij twijfel over de inhoud of gevolgen van een vaststellingsovereenkomst is het daarom raadzaam om tijdig juridisch advies in te winnen. Wij helpen u graag.