De wettelijke regeling die werkgevers compenseert voor de betaling van een transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid staat op het punt om te worden aangepast. Waar deze regeling nu nog voor alle werkgevers geldt, wordt deze per 1 juli 2026 uitsluitend beschikbaar gesteld aan kleine werkgevers (vuistregel: bedrijven met een loonsom kleiner dan €1.082.500 en minder dan 25 werknemers).
Wat is de achtergrond?
Sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid (Wwz) op 1 juli 2015 zijn werkgevers verplicht een transitievergoeding te betalen wanneer een arbeidsovereenkomst op hun initiatief eindigt. Ook bij beëindiging na langdurige arbeidsongeschiktheid is deze vergoeding verschuldigd.
De verplichting om bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid ook nog eens een transitievergoeding te betalen riep in de praktijk veel kritiek op. Deze verplichting bestond voorheen niet. Dit leidde er in sommige gevallen toe dat dienstverbanden bewust in stand werden gehouden zonder feitelijke werkzaamheden of loonbetaling, de zogenoemde ‘slapende dienstverbanden’. Op die manier werd de verplichting tot het betalen van een transitievergoeding uitgesteld.
Met de uitspraak van de Hoge Raad in de zogenoemde Xella-zaak kwam hier verandering in (ECLI:NL:HR:2019:1734). De Hoge Raad oordeelde dat werkgevers op grond van goed werkgeverschap in principe moeten meewerken aan beëindiging van een slapend dienstverband, als de werknemer daarom vraagt en recht heeft op een transitievergoeding. Daarbij speelde mee dat werkgevers deze vergoeding konden laten compenseren via de bestaande regeling.
Wat verandert er?
Met het nieuwe wetsvoorstel wordt de compensatieregeling beperkt tot ‘kleine’ werkgevers. Dit betekent dat middelgrote en grote werkgevers vanaf 1 juli 2026 geen aanspraak meer kunnen maken op compensatie bij ontslag van langdurig arbeidsongeschikte werknemers.
Volgens het kabinet is deze maatregel bedoeld om de overheidsuitgaven te verlagen. De verwachting is dat het aantal aanvragen aanzienlijk zal afnemen, wat een besparing van honderden miljoenen euro’s per jaar kan opleveren. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat grotere werkgevers voldoende financiële ruimte hebben om deze kosten zelf te dragen.
De regeling wordt niet abrupt beëindigd voor middelgrote en grote werkgevers. Er geldt overgangsrecht: het oude recht blijft van toepassing als de periode van twee jaar arbeidsongeschiktheid (de wettelijke wachttijd) is verstreken vóór de inwerkingtreding van de nieuwe wet.
Wat betekent dit in de praktijk?
Voor middelgrote en grote werkgevers heeft deze wijziging directe financiële gevolgen. Zij zullen de transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid straks volledig zelf moeten dragen.
Voor werknemers verandert het recht op een transitievergoeding niet. Wel bestaat de kans dat werkgevers minder snel geneigd zijn om dienstverbanden te beëindigen, nu compensatie ontbreekt. Dit kan ertoe leiden dat slapende dienstverbanden opnieuw vaker voorkomen.
Hoewel de Hoge Raad eerder heeft bepaald dat werkgevers moeten meewerken aan beëindiging, was die verplichting mede gebaseerd op het bestaan van de compensatieregeling. Het is daarom nog onduidelijk hoe de rechtspraak zich zal ontwikkelen als deze basis (deels) wegvalt. De regering heeft in ieder geval aangegeven dat zij het wenselijk blijft vinden dat werkgevers meewerken aan beëindiging van langdurig arbeidsongeschikte werknemers, ook zonder compensatie.
Bent u benieuwd of u een kleine werkgever bent of heeft u andere vragen over wat dit betekent voor uw situatie?
Neem dan gerust contact met ons op.